De zorg voor kinderen op de Mandela

Het volgen van de ontwikkeling van uw kind

1691

De Mandela stemt de aandacht en zorg af op de mogelijkheden van ieder kind. Dit doen we door middel van het zorgvuldig volgen van de ontwikkeling van ieder kind. Het dagelijkse werk van kinderen geeft veel informatie over de vorderingen die worden gemaakt.

Leerkrachten administreren cijfers en beoordelingen. Daarnaast is de leerkracht voortdurend bezig met het observeren van de kinderen. Tevens wordt er gebruik gemaakt van toetsen die bij de verschillende leerlijnen horen, deze geven informatie over de mate waarin kinderen de aangeboden leerstof beheersen. Deze gegevens, uitgewerkt in een groepsplan, zijn het uitgangspunt voor het dagelijks handelen van de leerkrachten bij ons op school.

In de groepen 1/2 worden kinderen systematisch geobserveerd op aspecten als taalontwikkeling, motorische ontwikkeling, creatieve ontwikkeling, speelontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling.

De leerlingen van groep 2 worden Cito-toetsen afgenomen; taal voor kleuters, rekenen. In de groepen 3 t/m 8 worden de kinderen twee keer per jaar getoetst op technisch lezen, begrijpend lezen, woordenschat, spelling en rekenen.

Uitslagen van deze toetsen, die los staan van de leerlijnen, leggen wij vast in ons geautomatiseerde Leerlingvolgsysteem.

Al deze bovenstaande gegevens samen stellende leerkracht in staat goed in te spelen op de behoefte van elk afzonderlijk kind en dat wat de groep nodig heeft en wat de leerkracht zelf moet doen om de verschillende processen in de groep te begeleiden.

 De speciale zorg

De intern begeleider (IB-er) coördineert de leerlingenzorg. Wekelijks heeft de IB-er overleg met de directie. Drie keer per jaar heeft de IB-er overleg met de leerkracht om over de ontwikkeling van alle kinderen te praten. Wanneer dan blijkt dat een kind niet voldoende ontwikkeling doormaakt, wordt met de Intern begeleider overlegd over een mogelijke andere aanpak. Dit kan betekenen dat kinderen een individueel handelingsplan krijgen afgestemd op eigen mogelijkheden.

Ouders worden betrokken en op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van het kind. Als blijkt dat de dan geboden zorg niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, wordt het kind aangemeld voor het zorgbreedte overleg (ZBO). Ook hiervan worden ouders op de hoogte gesteld. Het ZBO wordt zes maal per jaar gehouden er wordt aan deelgenomen door de directeur, de intern begeleider, de schoolmaatschappelijk werker en de orthopedagoog van de Schoolbegeleidingsdienst (ABC), de schoolarts, de leerplichtambtenaar en de groepsleerkracht. Gezamenlijk wordt het probleem verkend en worden mogelijke oplossingen aangedragen. Deze oplossingen kunnen divers zijn. In dit gehele traject proberen wij voortdurend samen met de ouders naar een zo goed mogelijke oplossing en ondersteuning toe te werken.

Passend Onderwijs

AMOS wil staan voor ‘Bijzonder goed onderwijs met voor elk kind de aanpak die werkt’. Onze scholen werken continu aan het realiseren van onderwijs van hoge kwaliteit. De onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van de leerling, vormt het startpunt voor ons handelen.

Ieder kind is welkom op de AMOS-school in de buurt. We realiseren ons dat er grenzen zijn aan wat wij een kind kunnen bieden. Die grenzen willen we verleggen. Wat we niet kunnen, willen we leren. Wat we niet alleen kunnen, doen we samen met anderen. Wanneer we de benodigde ondersteuning niet kunnen realiseren, dan gaan we samen met ouders op zoek naar een passende plek in de buurt waar dat wel lukt.

Wanneer een leerling bij aanmelding op een AMOS school een speciale onderwijs-en/of ondersteuningsbehoefte heeft, of wanneer dat bij een leerling tijdens de schoolloopbaan duidelijk wordt, onderzoeken we of de ondersteuningsbehoefte van een kind binnen de school gerealiseerd kan worden, daar waar nodig met (extra) inzet van derden. Dit doen we in overleg met de ouders. We bespreken en evalueren periodiek of wederzijdse verwachtingen waargemaakt worden.

Zorgplicht

Vanaf 1 augustus 2014 heeft AMOS de plicht er voor te zorgen dat iedere leerling een passende onderwijsplek krijgt. Wanneer een school de benodigde ondersteuning niet kan bieden, dan wordt samen met de ouders gezocht om dat zo goed mogelijk, zo snel mogelijk, zo licht mogelijk en zo dichtbij als mogelijk te realiseren.

AMOS is onderdeel van het Samenwerkingsverband Amsterdam- Diemen. Het bieden van goed onderwijs en aangepaste ondersteuning is geen zaak van de school alleen. Een goede samenwerking tussen de Amsterdamse scholen voor regulier en speciaal onderwijs, ouders, docenten, jeugdzorg en gemeente maakt het mogelijk om kinderen onderwijs en ondersteuning op maat te bieden. Basisscholen werken daarvoor op wijkniveau samen. Binnen de wijk, samen met alle ketenpartners wordt passend onderwijs vormgegeven.

Rugzakjes/LGF

Van 1 augustus 2014 tot 1 augustus 2016 is er sprake van een overgangsregeling voor leerlingen met een ‘rugzakje’ vanuit de vroegere cluster 3 en 4 indicatie; er komt een einde aan de regeling voor leerlinggebonden financiering (LGF). De middelen verdwijnen niet. Deze komen via het Samenwerkingsverband terecht bij de schoolbesturen en kunnen vervolgens op vraag én op maat worden ingezet.

Basis- en extra ondersteuning

Iedere school krijgt middelen toegewezen voor basisondersteuning. Dit zijn de preventieve en licht curatieve interventies die een school in principe voor iedere leerling in kan zetten. Deze interventies hebben betrekking op:

  • dyslexie of dyscalculie;
  • leerlingen met een niet-gemiddeld leerrendement;
  • faciliteiten in het gebouw;
  • sociale vaardigheid en gedrag.

Daarnaast kan een school een beroep doen op middelen voor ‘extra ondersteuning’. Deze inzet is nodig wanneer een leerling een specifieke ondersteuningsvraag heeft die niet binnen de basisondersteuning valt. Hiervoor wordt door de school, in samenspraak met ouders, een groeidocument ingevuld.

Leerlingen met een onderwijs- en/of ondersteuningsbehoefte die het gevolg is van een ernstige visuele beperking of van ernstige taal-/spraak-/gehoorproblematiek worden ook de komende jaren nog begeleid door begeleiders vanuit de SO scholen die hierin gespecialiseerd zijn.

Het ondersteuningsprofiel

Iedere school heeft een ondersteuningsprofiel. In dit document beschrijft de school welke ondersteuning zij kan bieden; zelf of met hulp van anderen. Ook beschrijft het welke ambities de school heeft in het kader van passend onderwijs. Er staat tevens beschreven wanneer de grenzen van wat een school aan ondersteuning kan bieden, bereikt worden.

In het schoolondersteuningsprofiel staat:

  • wat de basiskwaliteit is die de school voor iedere leerling biedt;
  • welke basisondersteuning er is voor leerlingen die dit nodig hebben;
  • hoe extra ondersteuning gerealiseerd kan worden;
  • hoe de samenwerking in de wijk vorm krijgt;
  • hoe de school wil samenwerken met ouders.

Klik hier om het ondersteuningsprofiel van de Nelson Mandelaschool te bekijken.

Behalve een specifiek schoolgedeelte, bevat het ondersteuningsprofiel ook een algemeen AMOS-deel. Daarin beschrijft het bestuur de normen en ambities die zij heeft met betrekking tot passend onderwijs.

Schoolondersteuning en passend onderwijs

Amos zet voor de praktische en specialistische ondersteuning op scholen een flink aantal uren apart. Deze uren kunnen worden ingezet voor:

  • individueel onderzoek en/of observatie van leerlingen om hun sterke en minder sterke kanten in kaart te brengen;
  • het bieden van individuele leerling ondersteuning, wanneer de leerling niet voldoende heeft aan de gebruikelijke ondersteuning die in de klas door de leerkracht geboden wordt.
  • het samen met de leerkracht en/of intern begeleider en ouders arrangeren van een passend onderwijsaanbod voor leerlingen of groepen, denk hierbij bijvoorbeeld aan team brede trajecten op gebied van lezen, rekenen en spelling.
  • het begeleiden /coachen van leerkrachten, waarbij onder meer gebruik gemaakt kan worden van beeldopnamen. Deze zijn alleen voor intern gebruik.

Wanneer een leerling individueel wordt onderzocht of wanneer er voor een leerling individuele extra ondersteuning/begeleiding wordt aangevraagd, is de school verplicht dit met u te bespreken en vervolgens uw toestemming daarvoor te vragen. Een onderzoek start altijd met een gesprek tussen de onderzoeker en de ouders/verzorgers van de leerling. Na het onderzoek worden de resultaten van het onderzoek aan de ouders toegelicht en worden er afspraken met ouders en school gemaakt over de gewenste aanpak van de leerling op basis van de onderzoeksresultaten.

Een traject waarbij extra individuele ondersteuning wordt ingezet verloopt via een aanvraag bij Lokaal PO. Lokaal PO is een gezamenlijk initiatief van vijf stedelijke schoolbesturen, waarin zij de krachten hebben gebundeld om zo goed mogelijk passend onderwijs binnen de scholen te realiseren.

Om bovenstaande ondersteuning te kunnen bieden ontvangt AMOS vanuit het Samenwerkingsverband Amsterdam-Diemen maandelijks hiervoor bestemde middelen. Het gaat daarbij om toegekende gelden in het kader van het realiseren van passend onderwijs. Deze gelden worden onder de noemer ‘basisondersteuning’ en ‘extra ondersteuning’ aan de schoolbesturen toegekend.

Voor de inzet van de ondersteuning op scholen maakt Amos gebruik van de expertise van medewerkers die deels in dienst zijn van AMOS en deels van buitenaf betrokken worden.

Het betreft orthopedagogen, psychologen, ambulant begeleiders, een (beeld-)coach en een bovenschools intern begeleider.